
Blog
Leren door te delen
Soms mag ik op avontuur; door erover te schrijven leer en analyseer ik wat ik meemaak en hoe ik dat geleerde weer in kan zetten.
Misschien vind je het leuk om mijn spinselen mee te lezen!
Hieronder vind je mijn meest recente blog posts, die ik schreef tijdens een Arctisch avontuur als artist in residency.
1 - Een expeditie naar de Arctic Circle

“It is my sincere pleasure to extend this invitation for you to join our art and science expedition to the High-Arctic … Your work is of great interest to our organisation and we look forward to this opportunity to help enable your pursuits … We are very pleased to have you aboard! ” Ik lees de brief nog één keer. Het staat er echt. Ik mag mee op expeditie naar de Arctic! Het was december 2024 toen ik deze unieke uitnodiging kreeg. Ik kon niet wachten tot het zover zou zijn; het aftellen voelde eindeloos. Maar nu is het mei 2026 en over een paar dagen is het zover: dan stap ik aan boord van de driemaster, waarmee we van Spitsbergen naar het noorden zeilen. Samen met een groep van onderzoekers, kunstenaars, educatoren en innovatoren gaan we op reis. Ieder van ons met een eigen project waar we tijdens de expeditie aan werken, gelinkt aan het bijzondere gebied waar we doorheen varen. De expeditie support het kruispunt waar kunst en wetenschap samenkomen; het biedt een broedplaats voor denken en experimenteren, voor onderzoeken en ontwikkelen. En geeft tijd en rust om samen met anderen in complete afzondering te werken aan de centrale en complexe vraagstukken van deze woelige tijd. Het is spannend. Het wordt koud. Het zal ijselijk stil zijn. En hoogstwaarschijnlijk zeer confronterend. Maar ik ben zo ontzettend nieuwsgierig naar wat gaat komen, maar ook zo ontzettend dankbaar dat ik dit mag doen. Gedurende de reis zal ik een blog bijhouden van dit bijzondere avontuur; van mijn gedachtes en ervaringen. We hebben echter aan boord geen bereik, dus het kan zijn dat de posts irregulier binnenkomen.
2 - Wat neem je mee op weg naar de Noordpool?

Wat neem je mee op expeditie richting de Noordpool? Al een paar weken probeer ik hier het juiste antwoord op te vinden binnen 79 x 40 x 33 cm. Base layers van merino wol, waterdichte boots met een warme laag stof van binnen, natuurvriendelijke shampoo, een koplampje, een bivakmuts, schoenen met spikes. En nog veel, heel veel, meer. Naast de werkelijke koffer met fysieke spulletjes, neem ik op de expeditie waar ik bij mee mag nóg een grote rugzak mee. Een kleur- en fantasierijke rugzak. Een rugzak vol creativiteit, voor het project wat ik tijdens de expeditie ga ontwikkelen. Aangevuld met nieuwsgierigheid, voor het onderzoek wat ik zal doen. Ik heb positiviteit erin gedaan, zeker in tijden waarin pessimisme moeilijk is af te schudden. Er zit oplossingsvermogen bij, om in te zetten in situaties die tijdens de reis ontstaan, maar ook voor de complexere uitdagingen in de wereld waar we als expeditie community over zullen spreken en aan gaan werken. Ik heb veerkracht ingepakt, gewoon omdat ik het simpelweg een beetje spannend vind om te gaan. Er zitten een aantal oefeningen bij, die rust kunnen geven of me even terug bij mezelf kunnen brengen, als het intensieve leven aan boord met de anderen me de komende weken te enthousiast heeft gemaakt. En natuurlijk mooie herinneringen, van de lieverds die ik ga missen in de tijd dat ik van hen weg ben. Voor de 6e keer reorganiseer ik mijn koffer. Voor de zoveelste keer adem ik diep in. Het is zover. Nu écht. Ik ga. Ik ga richting de Noordpool. Ik ga richting de Noordpool en ik neem mee: een koffer, een rugzak, dubbelzoute dropjes, een verrekijker, een boek, mezelf, mijn gedachtes; gevoelens en alles wat (nog) komen gaat...
3 - Spitse bergen

In de verte zie ik witte bergen scherp afsteken tegen het donkerblauwe water van de zee. Het zijn de spitse bergtoppen van het eiland waar ik over enkele dagen van weg zal zeilen richting de Noordpool. Niet voor niets werd het eiland in 1596 door Willem Barentsz ‘Spitsbergen’ genoemd; het landschap staat in schril contrast met de Nederlandse vlaktes waar hij én ik vandaan komen. Inmiddels draagt het eiland de Noorse naam Svalbard en zijn er naast de vele (ontdekkings)reizigers ook een paar duizend vaste bewoners en een grote groep (tijdelijke) onderzoekers te vinden. Het is hier ongeveer 62.000 km² groot; 60% van dit oppervlakte bestaat uit gletsjers. Als ik even later de deur van het vliegtuig uitstap, word ik verwelkomd door harde wind die zich als een mantel om me heen wikkelt. Door de lange winters in Canada ben ik inmiddels best wat kou gewend en na uren reizen is deze frisse lucht heerlijk! Ik haal diep adem en proef de zoute zeelucht op mijn tong. Met mijn neus in de wind en mijn grote hutkoffer achter me aan loop ik vol goede moed richting Longyearbyen, het dorp waar ik vanavond slaap. Ik heb ervoor gekozen een paar dagen eerder naar Svalbard te reizen, zodat ik mijn lijf de tijd en ruimte kan geven om te acclimatiseren aan deze nieuwe omgeving en dit heel andere klimaat. In tegenstelling tot Nederland is het hier koud en ontzettend droog; ik bevind me midden in de Arctische woestijn. Naast het fysiek wennen geven deze extra paar dagen me ook tijd om even te landen op deze unieke plek; te leren over het land waar ik op sta, de historie die het draagt en de diverse invloeden die maken dat het eiland continu aan verandering onderhevig is. Nadat ik even later de sleutel van mijn kamer heb opgehaald bij het hostel waar ik verblijf, val ik ietwat uitgeput op bed neer. Ik denk dat de jetlag, in combinatie met het wandelen in de wind, me inmiddels toch een beetje heeft ingehaald. Uit mijn tas vis ik daarom het boek 'Frostlines' van Neil Shea. In zijn boek combineert Shea natuurgeschiedenis, antropologie en reisverslagen en onderzoekt hij hoe de schoonheid, chaos en de kracht van verandering in het hoge noorden weerspiegeld worden in het leven van mens en dier. Ik heb zijn boek ter inspiratie meegenomen, omdat ik me net als Shea in de komende weken zal richten op het leven van mens en dier, en op hoe sterk we met elkaar verweven zijn; hoeveel invloed we op elkaar hebben. Ik doe dat tijdens deze artist in residency niet via pen en papier, maar via het medium van theater. Theater is, voor mij, uniek omdat het een bepaalde manier van denken en werken omvat; het een creatief en tevens actief instrument is om onszelf, onze omgeving, gemeenschappen en wereld te onderzoeken. In een tijd waarin die wereld voor grote uitdagingen staat, geloof ik dat theater ons kan helpen om problemen te identificeren en om samen actief oplossingen te ontwerpen. Toegepast theater in het bijzonder, als discipline voor sociale verandering, biedt veel ruimte voor verder onderzoek naar 'real world problems', zoals dat in het Engels zo mooi heet. Het geeft de mogelijkheid om via verbeelding, belichaming en het vertellen van verhalen vragen te stellen én te beantwoorden. Deze bijzondere expeditie, op het Noordelijkste stukje van de aarde, geeft me de tijd om aan mijn PhD-onderzoek te werken (zie voor meer informatie het tabblad Research op mijn website), maar het geeft me tevens de ruimte om een jeugdtheatervoorstelling over dit belangrijke stukje van onze aarde te ontwikkelen. Aan boord van het schip zal ik twee weken lang voortdurend verbonden zijn met de ruige natuur van het Arctische gebied; met de geluiden van de zee; met de droge frisse lucht; de hoog en laaghangende wolken en mogelijk zelfs met de dieren die hier leven. Ik ben er dan ook van overtuigd dat deze omgeving me dieper zal verbinden met de onderwerpen waar mijn onderzoek en creatief werk zich op richt, en dat deze natuurlijke omgeving - in combinatie met al mijn creatieve/onderzoekende/onderwijzende/innovatieve mede-avonturiers - me diep kan inspireren. Maar voordat het zover is, heeft mijn lijf een paar uur slaap nodig… Met de zon nog hoog aan de hemel schuif ik daarom de donkere gordijnen voor mijn raam dicht: welterusten middernachtzon, tot morgen!
4 - Wat moeilijk vast te pakken is tastbaar maken

“Kggt, kggt. Kggt, kggt.” Daar! Ik hoor het weer! Ik houd mijn adem in en luister aandachtig. “Kggt, kggt.” Het duurt een paar seconden voordat ik me realiseer dat ik niet in mijn eigen bed lig en dat wat ik hoor niet de honden of katten zijn: die zijn aan de andere kant van de wereld. Ik stap uit bed en loop, nog een beetje slaapdronken, over de koude vloer naar het raam. Achter het gordijn straalt de zon nog altijd. Hier in de Arctische regio gaat de zon in de zomermaanden niet onder: de hele nacht heeft ze met de schaduwen op mijn muur gespeeld. Als ik de gordijnen opendoe en mijn ogen gewend zijn aan de overvloed aan licht, zie ik wie het vreemde geluid maakt waar ik wakker door geworden ben: er lopen twee rendieren langzaam langs mijn raam. Ze zien er veel kleiner uit dan ik had verwacht! Hun korte, gedrongen lijfjes en zelfs hun manier van bewegen doen me denken aan de twee schapen met wie we thuis leven. De reden dat de rendieren hier op Spitsbergen zo klein zijn, heeft alles te maken met hun overleving op dit eiland. Door de gletsjers en de sneeuwbedekking gedurende het grootste deel van het jaar is het voor deze dieren moeilijk om voedsel te vinden, waardoor een gedrongen, klein lichaam de enige optie is. Als er nog geen gras is, is korstmos hun belangrijkste voedselbron; ze schrapen dit met hun tanden van de rotsen. Een gewoonte die helaas bijna altijd tot verhongering leidt, omdat hun tanden slijten en ze daardoor uiteindelijk niet meer kunnen eten. Dit is tevens hun grootste bedreiging, aangezien deze dieren tot nu toe geen natuurlijke vijanden hebben gehad. De tijden veranderen echter en ijsberen vinden steeds vaker hun weg naar rendieren. Hoewel ijsberen het liefst zeehonden eten, moeten ze door het smelten van het ijs elders voedsel zoeken en dus zijn sinds kort de rendieren aan de beurt. Een tijdje zit ik op de vensterbank te kijken naar de twee dieren. Ze lijken niet bang en kijken me zelfs nieuwsgierig aan als ze me zien zitten. Wanneer de koude ochtendlucht me uiteindelijk doet rillen, verlaat ik tot mijn spijt toch deze pluizige buren en doe ik het raam dicht. Ik pak mijn rugzak in en loop richting het dorp. Ik breng de ochtend door in het museum van Svalbard, waar ik meer leer over de geologie van het eiland en het leven van de diverse eilandbewoners. Het museum informeert bezoekers daarnaast over de enorme impact van klimaatverandering hier in het noorden. Hoewel de temperaturen wereldwijd stijgen, stijgen ze rond de polen sneller dan waar ook ter wereld. Svalbard is de snelst opwarmende plek op aarde: het wordt hier vijf of zes keer zo snel warmer dan het wereldwijde gemiddelde. Foto's van de verschillende gletsjers rond het eiland van de afgelopen jaren illustreren deze cijfers op pijnlijke wijze. De foto's laten me opnieuw beseffen hoe belangrijk het is om informatie uit cijfers en onderzoek zichtbaar en tastbaar te maken. Paul Gaimard, een Franse natuuronderzoeker en chirurg, besefte dit ook toen hij halverwege de 19e eeuw een Franse onderzoeksexpeditie in het Noordpoolgebied leidde. Zijn expeditie zette een belangrijke standaard voor poolonderzoek: grondige planning, betrokkenheid van meerdere disciplines, internationale samenwerking en een combinatie van studies aan land en aan boord van schepen. Maar naast wetenschappers koos Gaimard er ook voor om kunstenaars mee te nemen op zijn onderzoeksexpeditie: zijn expeditie is dan ook vooral bekend om de lithografieën die de kunstenaars aan boord maakten om de reis te documenteren. Als kunstenaar is het vaak extreem moeilijk om de waarde of het nut van ons werk uit te leggen. In een kapitalistisch systeem wordt kunst vaak gereduceerd tot iets dat simpelweg geld kost; het brengt niet genoeg geld terug in de samenleving en kan dus gemakkelijk worden geschrapt. De 'zachte waarde' ervan is moeilijk te kapitaliseren of te verdedigen. Toch zouden we zonder de schilderijen, de litho's, de schrijfselen van vroegere mensen (in het geval van Spitsbergen de vroege ontdekkingsreizigers) nooit weten wat er is gebeurd; zouden we nooit over zoveel belangrijke onderwerpen hebben geleerd. De komende twee weken zal onze boot met kunstenaars hetzelfde doen: we zullen getuige zijn van dit steeds veranderende landschap en beelden, verhalen en indrukken terugbrengen om met anderen te delen, anderen te inspireren, anderen te informeren. Om datgene wat moeilijk vast te pakken is tastbaar te maken.
5 - Laten we het doen. Laten we gaan!

Op mijn laatste ochtend alleen besluit ik nog een klein stukje te gaan wandelen. Het stadje Longyearbyen is omgeven door bergen en er is van alles te doen. Studenten fietsen de heuvel op met hun backcountry ski's aan hun rugzakken, in de haven vertrekken catamarans voor boottochten, en er lopen toeristen met wandelschoenen en stokken, vergezeld door een gids met een geweer. Het dorp heeft een afgebakende zone waar je vrij kunt wandelen; daarbuiten is de kans aanwezig dat je een ijsbeer tegenkomt. Ondanks dat die kans klein is, is het niet iets om op te gokken, vandaar dat een gids met een geweer verplicht is voor wie zich buiten de perimeter waagt. Als ik bij de haven aankom, vind ik een kleine sauna op de kade, symbolisch genaamd: Svalbad. Het kleine houten huisje is goed verstopt tussen de metalen containers en gigantische cruiseschepen. Na een paar dagen koude wind ben ik toe aan wat warmte. Binnen in de sauna is een groot raam met uitzicht op de prachtige bergen aan de overkant van de baai. Ik ga zitten en voel het gebouwtje meedeinen op de golven. Nog even en ik zal dit schommelende gevoel onophoudelijk ervaren op de boot. Het voelt eigenlijk wel rustgevend. Terwijl ik de boten de haven in en uit zie varen, probeer ik mijn gedachten te ordenen. Wat ga ik de komende weken doen? Heb ik een duidelijk genoeg plan? Wat als ik onderweg ziek word? Of als blijkt dat er niemand in de groep is met wie ik een klik heb? Wat als er thuis iets gebeurt, maar ik niet van boord kan? Het zijn gedachten die komen en gaan, net als de verschillende schepen in de haven voor me; sommige gedachten zijn realistischer dan andere. Na een uur lang te hebben gestoomd en mijn gedachten te hebben overpeinsd, laat ik me langzaam helemaal zakken in het ijskoude water van de Arctische Oceaan. Mijn huid schreeuwt. Mijn hart bonst. Op de zijkant van het trapje lees ik: "Pas op voor de walrus". Ik kijk om me heen en zie geen walrus. Ik kijk naar beneden in het donkere water onder me: ook geen walrus. Maar je weet maar nooit; ik klim daarom snel weer omhoog. Het is bovendien tijd om terug te gaan naar mijn hostel. Over een half uur ontmoet ik mijn mede-avonturiers. Hoewel we ons allemaal al schriftelijk hebben voorgesteld op ons online reisforum, kan ik niet wachten om ze allemaal in het echt te ontmoeten. Het zijn fotografen, schrijvers, beeldhouwers, filmmakers, geluidskunstenaars, professoren en docenten. Ze komen uit landen als Oostenrijk, Slovenië, Zwitserland, New York, Londen, Parijs en zelfs (toevallig) uit een naburig dorp in Canada. Ieder van ons is gekoppeld aan iemand anders uit de groep: samen delen we een kleine hut op de boot en zullen we dus de komende veel tijd boven op elkaar zitten. Het is alweer een tijdje geleden dat ik een stapelbed met iemand heb gedeeld en ik ben benieuwd wie mijn kamergenoot zal zijn. Zal ze een goede match voor me zijn? Terug in het hostel ontmoet ik de eenendertig nieuwe gezichten achter de introducties: dertig medereizigers en één expeditieleider. Het is erg stil in de kleine ruimte waar we zijn samengekomen. Ik denk dat ik niet de enige ben die een beetje een kriebel voelt voor deze reis. We luisteren aandachtig naar de woorden van onze expeditieleider: hoe we straks bij de kade zullen verzamelen, daar de andere bemanningsleden zullen ontmoeten, vervolgens naar onze hutten zullen gaan, onze spullen uit zullen pakken en uiteindelijk de open zee op zullen varen. Terwijl ik mijn blik op ieder van de mensen in de kamer laat rusten, besef ik dat ze allemaal nu nog vreemden zijn, maar dat ze over een paar weken ieder vreemd vertrouwd zullen aanvoelen. Ik zal iedere plooi in hun gezicht leren kennen, evenals hun dagelijkse gewoontes en wonderbaarlijke dromen. Wat we onderweg ook zullen meemaken, deze reis zal ons waarschijnlijk voor het leven met elkaar verbinden. Ik voel een opgewonden rilling door mijn aderen gaan. Laten we het doen. Laten we gaan!
6 - Dans met de golven
.jpg)
Ik sta voor de Rembrandt van Rijn, een driemaster van bijna 50 meter lang. Het voelt op de een of andere manier passend dat ik voor mijn artist in residency aan boord ga van een schip dat de naam draagt van een Nederlandse kunstenaar. Ik denk dat de man zelf extatisch zou zijn geweest met al het prachtige licht waarmee je in het Arctische gebied kunt werken. Nadat we even later de bemanning hebben ontmoet, worden we allemaal naar onze hutten gestuurd om ons te installeren. In mijn hut vind ik ook mijn kamergenoot, een beeldhouwster die oorspronkelijk uit Ierland komt, maar nu in Canada woont. We kletsen even en vragen ons af of we aan elkaar gekoppeld zijn omdat we allebei Europese meisjes zijn die in de wildernis wonen. Binnen enkele minuten giechelen we om de spullen die we beiden hebben meegenomen en de gedachten die we van tevoren hadden over deze vreemde groep kunstenaars in het Arctische gebied. Daarna ordenen we samen onze spullen en versieren onze hut van 2 bij 3 meter. Het geeft me een gemoedelijk gevoel: ik denk dat ik goed samen ga met deze dame; als het plezier dat we nu al hebben de norm is, zal onze kamer een heel fijn thuis zijn de komende tijd. In onze hut heeft ieder van ons een eigen bed, weliswaar in stapelbedstijl; we delen een kledingkast en een ieniemienie kleine badkamer. Naast mijn bed is een klein boekenplankje. Ik zet er de verschillende boeken op die ik heb meegenomen, allemaal met als thema het Noordpoolgebied, alsmede mijn tekenmateriaal. Ik tracht al mijn spullen op te bergen, maar mijn grote rode laarzen passen nergens en staan nu nogal schreeuwerig midden in onze kleine ruimte. Gelukkig matchen ze goed bij het rode reddingsvest dat we allemaal hebben gekregen en die aan de muur van onze kamer hangt. Vanaf nu mogen we het schip alleen verlaten met dat reddingsvest aan: strak om de taille en altijd vastgemaakt met de kruisband. Dit, net als het aan- en afmelden, zijn strikte instructies van onze kapitein. Een lijst met al onze namen, met achter elke naam een klein magneetje, dient als presentielijst. Wanneer iemand van ons het schip verlaat, bijvoorbeeld voor een activiteit, moet diegene het magneetje van 'in' naar 'uit' verplaatsen. Dit geeft een duidelijk overzicht van wie er aan boord is en wie we niet mogen vergeten op een ijsschots, bergtop of verlaten strand. Als alles geregeld is en we allemaal gesetteld zijn, vaart het schip langzaam de haven uit. De eerste 24 uur varen we op open zee. Na de eerste opwinding van het aan boord zijn en het ontmoeten van zoveel nieuwe, interessante mensen, wordt het duidelijk dat de zee onze vrolijkheid heeft ontnomen. Eén voor één verdwijnt onze groep langzaam van het toneel: zeeziekte heeft toegeslagen. En tegen de tijd dat het avondeten wordt geserveerd, zijn we nog maar met een handjevol mensen over: we proberen wat van het heerlijke eten binnen te krijgen en te houden, terwijl we dansen met de golven. In mijn achterhoofd, hoor ik de woorden van mijn zeilende vader: "Als je je misselijk voelt, kies dan een punt aan de horizon en blijf ernaar staren. Dan komt het wel goed." Ik haast me naar boven, naar het voordek van de boot. Twee houten stoelen staan voor één van de masten gepositioneerd. Ik plof neer en slik hard. “Ademhalen, Ruth!” Mijn ogen speuren de horizon af naar een goed punt; een duidelijk punt wat ik kan vasthouden. Terwijl ik dat doe, registreert het deel van mijn hersenen dat nog wel controle heeft het prachtige landschap waar we langs varen. Wauw! Tot nu toe was ik alleen in en rond Longyearbyen geweest, maar nu we op het water zijn, realiseer ik me de uitgestrektheid van deze plek. Op de achtergrond verdwijnen de geluiden, geuren en visuele herinneringen van de menselijke samenleving rap. Voor ons ligt openheid, leegte (Ik kom er al snel achter dat dit niet waar is! Daarover later meer!) en het niet-weten. Een tijdje bewonder ik de ene na de andere spitse berg die voorbijglijdt. De zeilen zijn nu volledig gehesen en de wind blaast ons met volle kracht over het donkerblauwe water van de Arctische Oceaan. Hoewel ik hier zo lang mogelijk op mijn stoeltje op het dek wil blijven, voel ik dat mijn maag rust nodig heeft. Met tegenzin verlaat ik het dek en vertrek naar mijn hut. Plat liggen helpt mijn lichaam bij het wennen aan de bewegingen van het schip. Ondertussen zie en hoor ik de golven hard tegen ons patrijspoortje slaan. Afgezien daarvan, en de lage hum van de generator van het schip, is het angstvallig stil. Al mijn scheepsgenoten zijn naar bed gegaan; in onze hutjes proberen we ieder uit alle macht onze zeebenen te vinden. Ik kan niet geloven dat onze eerste dag er alweer op zit!
7 - Het smaakt naar zoveel meer

Na een goede nachtrust is het schommelen van de boot weer rustgevend geworden voor me. Ik voel me niet langer wankel op mijn benen en mijn medepassagiers lijken zich ook beter te voelen. Het is een nieuwe dag tussen het ijs! Een dag op de boot begint om 7.40 uur met het zacht wekken door onze expeditieleider: "Goedemorgen... Goedemorgen... Goedemorgen..." gevolgd door een kort bericht over de locatie, het weer of iets heel anders dat interessant is. De meeste ochtenden ben ik al buiten op het dek als dit bericht via onze luidsprekers wordt omgeroepen. Mijn lichaam is zo gewend aan het lopen met de honden in de ochtend, dat ik in plaats daarvan nu vroeg naar de brug loop. Daar val ik de bemanning lastig met vragen over kaarten en statistieken van onze reis. Menig ochtend mondt dit uit in een langer gesprek over het leven en het leven op een schip. Ik geniet erg van deze kleine momenten, die in dit geval niet per se over kunst gaan. Ons ontbijt wordt om 8.00 uur geserveerd in de eetzaal. De eetzaal is de grootste ruimte aan boord en biedt plaats aan zes lange tafels, allemaal met een dikke rand zodat borden en kopjes er niet af kunnen glijden als het weer ruw is, en met banken aan weerszijden. Er staat ook een grote koffiemachine, een belangrijk element dat het hoofd van velen aan boord boven water houdt. Na het ontbijt is het tijd voor een korte bijeenkomst, waarin de dag wordt besproken: waar we naartoe gaan, wat we gaan doen, welke geschiedenis/andere dieren/leuke weetjes/ideeën belangrijk zijn om te weten. Vandaag maken we een korte landing, zodat we aan onze projecten op het land kunnen beginnen. Het schip ligt daarom voor anker in een kleine baai. Vanaf het schip worden we met zodiacs aan land gebracht. Daar vormt ons gidsenteam - bestaande uit drie dappere mensen - een driehoek: de ruimte tussen hen dient als perimeter. Deze perimeter is wederom een veiligheidsmaatregel tegen ijsberen. De grote witte beren leven overal op het eiland en onze gidsen zijn daarom altijd op hun hoede. We gaan niet voorbij hun perimeter, maar blijven voortdurend in de nog steeds zeer ruime zone ertussen. Zodra we allemaal aan land zijn gebracht, krijgen we twee uur de tijd om op het land te werken. Anders gezegd: om op de sneeuw te werken. Op Spitsbergen kun je niet zomaar overal aan land gaan en als je dat al doet, mag je enkel op sneeuw lopen: de toendra zelf is zo kwetsbaar dat mensen geweerd worden op de vegetatie te lopen. We verspreiden ons daarom over de sneeuwvlakte en zoeken ieder een plekje binnen de afgebakende zone. Sommigen van ons hebben ervoor gekozen om een van onze gidsen wat hoger op te volgen en zitten nu op een heuvel te tekenen, schilderen of schrijven. Anderen zijn gefascineerd door de gletsjer waar we op uitkijken en zijn begonnen met filmen of maken audio recordings van de geluiden om ons heen op. Ikzelf ben een beetje verdwaald, merk ik. Mijn project hier, naast het lezen voor mijn onderzoek, is het ontwikkelen van een jeugdtheatervoorstelling. Dit is een proces dat – vooral in het begin – zich voornamelijk in mijn hoofd afspeelt. Het is het werken aan een verhaallijn, het bedenken van personages, het zoeken naar thema's en boodschappen om over te brengen. Deze verschillende elementen van het proces ontstaan in de loop van de tijd; stil zitten om die elementen uit de lucht te plukken werkt niet. Iedereen om me heen, tenminste zo lijkt het, is echter druk bezig met het maken van kunst; ze maken echte dingen met echte materialen. Ik voel me plotseling een soort imposter: als één van de anderen nu naar me zou kijken, zouden ze me alleen maar zien rondhangen aan de rand van de sneeuw met een paar kleine alken. Deze kleine zwarte vogeltjes voeren hun eigen kunst voor me op. Ze bewegen zich zo soepel en in zulke prachtige formaties door het water dat elk koninklijk ballet ter wereld zich zou kunnen schamen. Als ze geen solo- of groepsformatie uitvoeren, dansen ze duetten; bovendien praten ze voortdurend met elkaar. Het is een waar plezier om ze te zien én te horen; ik ben dankbaar dat ik hun publiek mag zijn; ze laten mijn twee uur op het land voorbij vliegen. Op weg terug naar de zodiac zie ik een paar pootafdrukken in de sneeuw. Een maand geleden deed ik mee aan een ‘track & sign evaluatie’ in Canada, tijdens deze evaluatie wordt je gevraagd om de sporen van andere dieren te lezen en de tekens van andere dieren te ontcijferen. Ik hurk neer en bekijk de afdrukken in de sneeuw wat beter. Het is geen vogel: hier heeft een zoogdier gelopen. Op Spitsbergen leven slechts drie zoogdieren op het land: rendieren, ijsberen en poolvossen. Ik houd mijn hand naast één van de voetafdrukken in de sneeuw: de kleine afmetingen en de hondachtige kenmerken van de afdruk onthullen dat een poolvos hier heeft rondgedwaald, op zoek naar eieren; misschien in de hoop een klein vogeltje te vangen. Mijn maag knort. Ik kan ook wel wat eten gebruiken, maar liever geen eieren of vogel voor mij. Terug aan boord krijgen we een heerlijke warme lunch. Na een paar uur in de kou zitten is warm eten een zeer welkom kado. Naast water, koffie en thee, vloeien de gesprekken in de eetzaal rijkelijk. We zijn allemaal onder de indruk van deze eerste landing; het gevoel van isolement; de inspiratie van de ijsformaties die om ons heen in de zee drijven; de wisselwerking van licht, mist en sneeuw. Dit alles smaakt naar zoveel meer!
8 - IJsberen en sneeuwengelen

Elke dag hebben we een ander schema, elke dag brengt nieuwe en verrassende dingen. Soms weten we precies wat we op een bepaalde dag gaan doen, soms bepalen de wind, het weer en het ijs wat er gebeurt. Omdat we allemaal aan onze eigen projecten werken, hebben we verschillende wensen met betrekking tot die projecten. Elke ochtend delen we deze wensen met onze expeditieleider, die ons hierin vervolgens zo goed mogelijk tegemoet probeert te komen. Het is ongelooflijk wat zij en haar team voor ieder van ons doen om onze wensen te vervullen. Ik heb dan ook diep respect voor de manier waarop ze alle logistieke uitdagingen van het zeilen in het Noordpoolgebied aangaan, met daarbij de soms onmogelijke verzoeken van ons kunstenaars, en er óók nog voor zorgen dat we allemaal gelukkig en gezond blijven. Productieleiding van één kunstproject is op zich al een uitdaging, zoals ik maar al te goed weet, laat staan productieleiding van 31 kunstprojecten in een omgeving als deze! Nadat al onze wensen zijn verzameld, blijkt soms dat een aantal van ons vergelijkbare behoeften heeft. We worden dan samen ingedeeld en op dezelfde missie of zodiac gestuurd om vervolgens ons werk te doen. Dit heeft onder andere geresulteerd in een tekenboot voor degenen die willen tekenen en schilderen; een droom- en verbeeldingsboot, voor wie wil mijmeren. In mijn geval heeft het er al vaak toe geleid dat ik met de 'geluidsmensen' mee ga in de 'geluidszodiac'. Samen met drie anderen, onder leiding van een van onze gidsen, breng ik uren op het water door. We maken opnames op, onder en in het ijs; aan het wateroppervlak en in de lucht. Een belangrijke regel in onze geluidszodiac is dat we geen kik geven; niet mogen ritselen met onze parka's, en eigenlijk ook gewoon niet mogen ademen. Bij het opnemen van geluiden met hypersensitieve microfoons kan namelijk elk geluid worden opgepikt en daarmee een opname worden verpest. Dit betekent ook dat we vaak wat verder de zee op moeten, om er zeker van te zijn dat we geen geluiden van het schip opvangen. Het is fascinerend om te ontdekken hoeveel verschillende geluiden ijs kan maken. Knetteren, borrelen, rinkelen, ruisen. Soms vangen we geluiden op waarvan we de oorsprong niet kunnen achterhalen. Soms zijn we zo verrast door geluiden dat we erom giechelen als kleine kinderen. Luisteren naar de geluiden van de ‘meer-dan-mens’ op een plek als de Arctic is magisch. Hier zijn geen onnatuurlijke geluiden; alles wat je hoort is puur en pitch perfect. Bovendien is er geen ruimte voor drukke gedachten tijdens het luisteren. Drijvend op het water tussen de ijsschotsen, terwijl de wind je wangen streelt, is het perfecte recept voor een rustig hoofd; om helemaal in het moment te zijn. Helemaal in het moment zijn is iets wat andere dieren nog veel beter beheersen. Omdat onze geluidsboot erg stil is (wow, dat klinkt als een nogal sterk antoniem), komen we veel andere dieren tegen. Een zeehonden pup op een drijvend stuk ijs, verschillende vogels die langs onze boot zwemmen, ringelrobben die op rotsen rusten. En dit zijn slechts de andere dieren die we kunnen zien; veel van hen zijn voor ons ook níet zichtbaar, omdat ze zich onder onze boot bevinden. Tijdens een van de middagen waarop we voor anker liggen, besluit ik aan boord van ons zeilschip te blijven en niet mee te gaan met de groep die aan land gaat, noch aan te sluiten bij de geluidsboot. Vandaag voel ik de behoefte om wat te knutselen met de ideeën die ik de afgelopen dagen in mijn hoofd heb verzameld; dus zit ik in de eetkamer met wat papier, lijm en een schaar. Terwijl ik aan mijn ideeën werk, word ik naar het dek geroepen. "Ruth, een ijsbeer!" Al ren-struikel-vallend klim ik de trap naar het achterdek op, ondertussen verbaasd dat ik mezelf niet bezeer met al mijn onhandigheid. Omdat we maar met zijn drieën zijn achtergebleven, hebben we het hele dek voor onszelf. Gretig volgen we de grote witte ijsbeer die langzaam van de bodem van een gletsjer naar de waterkant loopt. Samen met de paar bemanningsleden die ook zijn achtergebleven, houden we elke stap nauwlettend in de gaten door onze verrekijkers. Ineens voel ik een brok in mijn keel. Dit dierenpersoon in de witte jas is een van de redenen waarom ik hier ben. Toen ik jong was, en het was enkel mam en ik in ons huis, speelden we vaak onder het dekbed mama en baby ijsbeer, in ons ijsberenhol. Jarenlang waren een ijsbeer met jong hét symbool van onze relatie; honderden kaarten, talloze boeken en knuffels van ijsberen werden heen en weer kado gegeven. Vijf jaar geleden, tijdens mijn toespraak op mama’s begrafenis, beloofde ik haar twee dingen: dat ik de ijsberen zou volgen en dat ik, wanneer mogelijk, altijd een sneeuwengel voor haar zou maken. Dankzij haar ben ik hier – in elke betekenis. Ik ben hier. En ik volg een ijsbeer. Zijn neus in de lucht, zijn ‘swagger’ beter dan die van menig rapper. Het volgende uur zit ik vastgeplakt aan de scherpste verrekijker op het dek. Ik ben volledig gefixeerd. Ik merk niet eens dat de aanwezigheid van de beer enige paniek op het land heeft veroorzaakt: onze groep aldaar is de reden dat deze beer nu voortdurend de lucht ruikt en zijn tempo inmiddels heeft versneld. Snel wordt iedereen van land naar de boot terug gebracht. Als uiteindelijk iedereen weer veilig terug aan boord is, en de ijsbeer ook nog een waterballet in de zee aan ons allen heeft vertoond, trek ik me stilletjes terug in mijn hut. Ik plof zachtjes op mijn bed; een zucht ontsnapt uit mijn mond. Voor morgen wens ik diepe, droge sneeuw, zodat ik een mooie sneeuwengel kan maken.
9 - Schuifelen met onze gedachten

Gisteravond ben ik wat langer opgebleven, om de middernachtzon te zien. Midden in de nacht buiten zitten, ingesmeerd met zonnebrand om mezelf te beschermen tegen de warme zonnestralen, was toch een wat maffe ervaring. De eerste dagen was ik bang dat ik nooit zou wennen aan 24 uur daglicht, maar mijn lichaam heeft zich wederom bewezen en heeft zich prima aangepast. Door het vele buiten leven, slaap ik als een roos. Ook nu heb ik een goede nacht gemaakt en lig ik al een tijdje wakker. Ik durf echter nog niet op te staan: ons ochtendritueel is nog niet begonnen; mijn kamergenoot heeft zich nog niet geroerd. Onze kamer is bovendien nog in complete donkerte gehuld doordat ons patrijspoortje onze kamer van al het buitenlicht afsluit. Terwijl ik nog in bed lig te soezen, probeer ik samen te vatten wat de dagen hier in het Noorden me tot nu toe hebben geleerd. Wat ik kan meenemen in mijn werk; wat anderen kan inspireren en informeren over deze bijzondere plek waar ik me bevind. Deze plek, bovenaan onze wereld, wordt vaak omschreven als ruig, ongetemd en alleen geschikt voor diegenen die de meedogenloze kracht van de natuur kunnen weerstaan. Een plek die ooit werd verkend en veroverd door helden met harpoenen, geweren en bergen lef, is nu één van de meest kwetsbare plekken op aarde, vanwege de snel stijgende temperaturen en smeltende ijskappen. Het Noordpoolgebied herbergt weinig levende wezens, maar degenen die hier leven dragen verhalen met zich mee die het verdienen om gezien te worden; verdienen gehoord te worden; verdienen een publiek te hebben dat bereid is getuige te zijn van dit alles. Hoe kan ik deze verhalen zo goed mogelijk voor het voetlicht brengen? Hoe kan ik op het podium duidelijk maken hoe de snijdende wind aanvoelt? Wat de wolken in de lucht proberen te vertellen? Hoe deel ik het voortdurend druppelen van smeltend ijs, een geluid dat zich als een oorwurm in je oren nestelt en langzaam het gestage ritme wordt van een dreiging die nooit verdwijnt? Hoe vertel ik over het schouwspel van afkalvende gletsjers, waarvan de heftige beelden onder je huid kruipen, en zich krachtig rondom meedogenloos optimisme en naïviteit weven? Sommige dingen in het leven zijn ingewikkeld om te doorgronden; sommige verhalen zijn lastig te beseffen. De reden dat veel mensen in onze wereld onderwerpen als oorlog of klimaatverandering niet bevatten, is omdat ons brein niet is gemaakt om met zulke immense en complexe problemen om te gaan. Het menselijk brein kan de enorme hoeveelheid lijden en verwoesting heel moeilijk vatten. Het ontkennen en bagatelliseren van deze problemen is veel makkelijker: als we het niet zien, het niet erkennen, kunnen we het op afstand houden. Onze eigen kleine acties om deze problemen het hoofd te bieden zullen toch niet genoeg impact maken, is het verhaal dat we onszelf vaak vertellen. Het literatuuronderzoek dat ik vorig jaar voor mijn PhD deed, leerde me dat een vermanende opgeheven vinger om beter te doen, geen manier is om mensen tot actie aan te zetten. Het leidt alleen maar tot meer angst, tot meer hoofd-in-het-zand-gedrag, en meer weerstand tegen het willen begrijpen van problemen. In plaats daarvan kan het creëren van verwondering, zo leerde ik, anderen uitnodigen om te ontvangen, te overwegen en zich uiteindelijk te relateren tot. Het creëren van verwondering, het aanwakkeren van nieuwsgierigheid en het dichter bij huis brengen van verhalen van ver weg, kan in ons compassie en verbondenheid openen. Hier schuilt ook de sleutel voor hoe ik verhalen van de Arctic op het podium kan brengen. Door te luisteren naar hen die fluisteren, spreken of schreeuwen – in dit geval de natuur, de andere dieren op deze plek hier bovenaan onze wereld. Door te horen wat er verteld wordt en dit te vertalen. Door de Arctic dichtbij te brengen in een voorstelling. 'T voor te stellen. Zodat anderen het zich voor kunnen stellen. “Gssshhh”. Boven me in bed hoor ik mijn kamergenoot omdraaien. "Goedemorgen, Baby Bird". "Goedemorgen, Wonderful You", antwoord ik nog wat schor op de warme groet van mijn kamergenoot. Even genoeg met al het denken. In ieder geval voor nu. Het is tijd om op te staan, om in actie te komen. Om mijn gedachten over de uitdagingen waar we in onze wereld voor staan in evenwicht te brengen, besluiten één van mijn medereizigers en ik tijdens het ontbijt dat we wat extra beweging nodig hebben. Wonen op een schip van bijna 50 meter is fantastisch, maar onze bewegingsvrijheid is wel wat beperkt en de beweging van onze linker- en rechtervoet kan de verwerking van onze linker- en rechterhersenhelft bevorderen. Met een kleine speaker in de hand, en vergezeld door een paar andere enthousiastelingen, vinden we daarom 's avonds onze weg naar het dek. Daar leren we onze maatjes, tussen de ijsbergen en op de exotische klanken van Buena Vista Social Club, Cubaanse salsa en reggaeton. De vurige dansstijl en onderlinge aanmoediging warmt ons snel op in de koude avondlucht van het hoge noorden; het laat ons vol passie schuifelen met onze gedachten over de wereld. In het licht van de poolnacht, kan ik nu al in mijn hart voelen dat het verlaten van deze plek, deze boot en deze mensen, als het straks zover is, me zwaar zal vallen...
10 - Het geluid van de stilte

Ik weet niet hoe ik ooit had kunnen denken dat het stil zou zijn in het Noordpoolgebied. Dat is het niet. Niet buiten in de natuur, en al helemaal niet op een boot met 30 andere kunstenaars, die inmiddels hun zeebenen en hun Arctische speelsheid hebben gevonden. Allicht is het leuk om iets te vertellen over de soundscape van onze dag. Deze begint vroeg in de ochtend met zeehonden. De eerste keer dat ik hun geluid hoorde, dacht ik dat ik een nachtmerrie had en dat een enge zee-sirene in onze cabin voor me stond te zingen. Ik wist ten eerste niet waar het vandaan kwam en daarbij klinkt de taal van zeehonden oprecht onwerkelijk. Het klinkt een beetje als een fluitje, wat begint op een zeer hoge toon, en vervolgens als een soort glijbaan naar beneden glijdt; soms wel meerdere octaven achter elkaar. Iedere operazanger zou jaloers zijn op het bereik dat deze dieren hebben. Andere zeehonden reageren hierop met soortgelijke arrangementen en al snel kun je hun stemmen als klein close harmony koor door elkaar horen fluiten. Boven water hoor je dit allemaal niet, maar onder water, dus naast onze boot en patrijspoort, zijn ze luid en duidelijk te horen. Deze zeehondencompositie wordt in de ochtend vaak verstoord door het geluid van een toilet ergens benedendeks. Het geluid van de toiletten aan boord is bijna net zo angstaanjagend als het idee van een enge zee-sirene die voor je zingt. De kracht waarmee de toiletten doorspoelen is zo bruut, dat het me verbaast dat tot nu toe nog niemand van ons per ongeluk in de septic tank van onze boot is gezogen. Dan volgt een rustiger stuk, namelijk het ontbijt. Tijdens het ontbijt zijn we allemaal nog vrij stil en het geluidsniveau van ons geklets is tamelijk beschaafd. Zodra we echter onze ochtendvergadering hebben gehad, breken meer geluiden door. Het geritsel van parka's, het gekletter van veiligheidsgordels op reddingsvesten, het gesleep van spullen die nodig zijn voor projecten. Het roepen van namen van degenen die nog niet zijn uitgecheckt op het rooster start een duet met het gegrom van de zodiac buiten naast de boot. Het hijsen van de zeilen of het lichten van het anker wordt begeleid door het geluid van ijs dat van het dek wordt geveegd. Op één van de dagen heb ik het geluk dat ik het gesnurk en geklets van walrussen aan onze dagelijkse soundscape kan toevoegen. Terwijl ik wat aan het rommelen ben met zeewier dat ik heb gevonden, voel ik een hand op mijn schouder: "Je wilde meer leren over walrussen voor je project; je kunt nú richting een kolonie; je kunt één iemand meenemen en we komen je later daar met de boot ophalen." Wauw! Ik had deze dieren eerder al in de verte gehoord; ze van dichtbij meemaken is natuurlijk helemaal fantastisch! Ik draai me snel om naar een van mijn maatjes van de sound boat, die niet ver van me vandaan op de ijsschots staat waar we vandaag aan het werk zijn, en samen lopen we nog sneller naar de zodiac. Met z'n tweeën, vergezeld door een van onze gidsen, varen we langzaam naar een eiland waar een groep grote vriendelijke reuzen zich verzameld heeft. We nemen bewust de tijd om rustig dichterbij te komen; we letten op hun lichaamstaal en signalen, zodat we adequaat kunnen reageren en anticiperen en ze niet storen. Ze lijken geen probleem te hebben met onze aanwezigheid, nog steeds een flink eind van het strand waar ze liggen. Eén van hen hangt aan de rand van het water, nog niet aangesloten in de ‘cuddle puddle’ van andere lichtbruine lichamen. Ik observeer de eenzame walrus een tijdje en zie een sterke gelijkenis tussen hem en de labradors die bij mij thuis wonen. De walrus krabt aan zijn verborgen oren op een vergelijkbare manier als de labradors dat doen met hun driehoekige oren na het zwemmen. De walrus rolt gelukzalig op zijn rug in het zand, net als de honden, en geniet ervan met eenzelfde grijns op het gezicht. Zodra de walrus bij de berg met andere walrussen aankomt, doet hij alsof hij dapperder is dan de rest, net zoals de jongste labrador thuis doet alsof ze dapperder is dan haar moeder. Het voelt als een waar geschenk om hier gewoon te mogen zitten; om te luisteren; om bij deze dieren te zijn. Om te leren over hun interactie met elkaar. Om hun prachtige witte slagtanden en leerachtige huid van dichtbij te kunnen zien. Na een flinke tijd met de kolonie te hebben doorgebracht en menig gehijg, gesnurk en gescheet te hebben opgenomen met de audiorecorder, zien we de Rembrandt naar ons toe glijden. Het is tijd om ze met rust te laten en terug te keren naar het gehijg, gesnurk en gescheet van onze eigen kunstenaarskolonie. Door het ijs banen we ons een weg terug naar het schip. De golven klotsen tegen de kust, het ijs rinkelt in het water, de vogels krijsen boven ons hoofd. Alles draagt bij aan de dagelijkse collectie van geluiden. Het is opvallend hoe onze eigen menselijke geluiden aan boord luider worden naarmate de dag vordert. Tijdens de lunch is er een enthousiast gebabbel te horen, vanwege spannende activiteiten of levendige discussies. Tijdens het diner bereiken we allemaal het hoogtepunt van onze dag; onze geluidssystemen draaien dan op volle toeren; het geluid van borden, bekers en bestek drijft het stemgeluid van alle aanwezigen nog verder op. Maar wat er gebeurt aan het einde van de dag is de klapper van de outro. Bijna elke avond na het diner pakken een aantal van ons een kop thee, om vervolgens samen te dobbelen. Niet eens het gekletter van de rollende dobbelstenen op tafel, maar het diepe, schaterende gelach dat het geluid van de dobbelstenen ondersteunt, is wat de soundscape van onze dag afmaakt. Gelach waarin vreugde en vrijheid weerklinkt. In dat gelach vinden we vriendschap, verbinding en warmte. En hoewel misschien niet iedereen aan boord de vibraties van dit deel van de compositie waardeert, is het een deel dat ik voor geen goud zou willen missen, omdat ik er gewoonweg enorm van geniet en er op dit moment in mijn leven heel dankbaar voor ben.
11 - Onze buren

Ik sta aan de rand van een enorme ijsplaat, die langzaam rondjes draait op de stroming. Vanaf mijn plek, aan de periferie van de groep, zie ik iemand modellen van ijsscheuren maken, een ander zaagt blokken ijs voor een architectonisch kunstwerk. Ik zie mensen tekenen, schetsen en schilderen voor kinderboeken, tentoonstellingen en games. Meerdere kabels lopen naar de waterkant, waar microfoons onder het ijs verdwijnen. Fotografen nemen verschillende poses aan om het juiste licht op een gletsjer te vangen. Aan de andere kant is iemand aan het filmen, terwijl in de verte het zachte geluid van een muziekdoosje op een ijsschots klinkt. Op de achtergrond van dit alles, op een ijsplaat een paar meter verder, ligt een walrus gemoedelijk te slapen. Ik waan me een toeschouwer die naar een voorstelling kijkt. Een voorstelling waarin mensen, andere dieren en de natuur zich per ongeluk in een gecompliceerde mise-en-scène bevinden; waar niemand echt weet welk script er wordt gespeeld of wie de regie heeft. Het is een bizar toonbeeld. En tegelijkertijd is het ontroerend. We werken hier allemaal met passie aan onderwerpen die ons na aan het hart liggen; die iets voor ons en de wereld betekenen en die we graag met anderen willen delen. We maken kunst die verhalen vertelt: in beelden, in woorden of in geluiden. Het is bijzonder om te zien hoe ieder project vorm krijgt tijdens deze residentie; om ideeën tot bloei te zien komen en om samenwerkingen te zien ontspringen. In de eerste week hebben we elkaar vooral op persoonlijk niveau leren kennen tijdens onze interacties aan boord. Hoewel we over onze projecten hebben gepraat en elkaar hier en daar hebben geholpen met elkaars werk, hebben we weinig tijd gehad om dieper in te gaan op ieders kunstpraktijk. In de tweede week worden we daarom uitgenodigd om ons professionele werk in ieder 10 minuten aan elkaar te presenteren. Geprojecteerd op een stuk wit stof, dat provisorisch tussen twee palen in de eetzaal hangt, worden de ins en outs van ieders verschillende werkwijzen gedeeld. Het is fantastisch om meer te leren over het werk dat mijn scheepsmaatjes doen; het voegt een nog diepere laag toe aan de interessante personages met wie ik deze boot deel. Het geeft me ook inzicht in hun wereld; hoe het is om vanuit hun ogen te kijken. Mijn eigen presentatie is de laatste op de lijst. Ik heb ervoor gekozen om niet in de eetkamer in 2D te presenteren, omdat mijn werk ook niet 2D is: (toegepast) theater is belichaamd, ervaringsgericht en speelt vaak met beweging. Daarom kies ik ervoor om de groep mee naar buiten te nemen, naar het land. Op een strand, voor een indrukwekkende bergkam, neem ik de groep mee in mijn 10 minuten durende presentatie, die gebaseerd is op een workshop van 2 uur. Mijn presentatie brengt ideeën samen uit theater, systemisch werken en ‘The Art of Natural Systems’ (voor meer informatie, zie het tabblad Creatieve concepts op mijn website). Met mijn presentatie neem ik de anderen niet per se mee naar míjn wereld, of laat ze kijken vanuit míjn ogen, maar ik nodig ze uit om in de wereld van ander niet-menselijk leven te stappen. Op het strand vormen we vervolgens een fysiek systeem van al die andere levens. Groepsgenoten kiezen ervoor een valk, een mier en een vlinder te vertegenwoordigen. Anderen uit de groep lopen het water in: zij representeren een zeehond, zeewier, een beluga. Een paar vinden hun plek op de grond, als rotsen, gras en een steenbreek. Terwijl elk lid van de groep een positie in dit theatrale ecosysteem vindt, neem ik even de tijd om rond te kijken. Boven ons op de berg staan twee rendieren die ons nieuwsgierig aankijken. Iets verder op zee dobberen verschillende meeuwen rond; ook zij zijn geïntrigeerd door deze groep mensen op land. Op de grond draagt de permafrost van honderdduizenden jaren geleden herinneringen met zich mee aan vroeger leven. Om ons heen hebben we ook al papegaaiduikers, zeekoppen, witte en blauwe poolvossen en sneeuwhoenders gezien. Vonden we zelfs een poolwilg, een boom die hier groeit en vanwege de ruige omstandigheden in het Noordpoolgebied slechts enkele centimeters hoog wordt. Hoewel er hier geen andere (hoge) bomen staan, is er zoveel leven in het noordpoolgebied: in de zee, op het land, in de bergen en de bevroren gletsjers. Zoveel leven om te beschermen en te koesteren. Als we na mijn presentatie terug gaan naar de boot, weet ik ineens waar mijn voorstelling over zal gaan. Over vriendschap, rouw en erbij horen. Over onze dierbare buren, mens en niet-mens. (Foto door Jodi Plana)
12 - De grote glimmende spiegel
.jpg)
We liggen voor anker op 80° 20' 43" N, 008° 51' 16" E. Het meest noordelijke punt waar we met de Rembrandt van Rijn kunnen komen. Vanaf hier is het enkel nog pakijs richting de Noordpool. Allemaal staan we op het dek van de boot. Stil. Verwonderd. Sommigen met tranen over hun wangen. Anderen met hun ogen dicht, luisterend naar de geluiden van de zee. Deze plek, hier aan de bovenkant van de aarde, maakt op een ieder van ons zichtbaar diepe indruk. Ik lig in het boegnet en staar voor me uit. Zo ver als ik kan kijken zie ik drijvende ijsschotsen. Ik bemerk dat ik niet in woorden kan vatten wat deze expeditie met me doet. Dat ik bang ben dat ik met woorden mijn gevoel plat zal slaan. Maar ik weet: deze tocht heeft iets in me aangeraakt, losgemaakt, wat levensveranderend is. Op de dag voordat ik wegging op expeditie zei mijn vader tegen me: “Geniet van het kijken in de grootste glimmende spiegel die je kan vinden op dit aardoppervlak”. Ik lachte naar en om hem. Omdat het zo poëtisch en vaderlijk klonk. Maar hij had gelijk. Hier op de Arctische zee heb ik in de spiegel gekeken. Heb ik gezien wat ons menselijk handelen voor invloed heeft op de toekomst. Hoe die toekomst langzaam smelt; al druppelend nieuwe vormen aanneemt, waar we het effect nog niet van kunnen overzien. Hier heb ik lijfelijk ondervonden wat verwondering en bewondering met je kan doen; nog maar eens gevoeld hoe klein wij zijn in de grootsheid van de natuur. De unieke omgeving van de poolcirkel heeft me gegrepen; is onder mijn huid gekropen. De droge lucht, het voortdurende licht, het wiegen van de zee hebben een magisch effect op me gehad. Het samen zijn met 30 andere kunstenaars heeft me gesterkt in mijn eigen maakproces; me uitgedaagd te communiceren en experimenteren vanuit ‘mijn taal’; mijn creatieve en theatrale werk. Nieuwe vriendschappen hebben me hier in de ijskou tot op het bot toe verwarmd. De afwezigheid van internet en telefoon heeft me een iets doen ervaren die ik alleen nog van heel vroeger kende; heeft me laten leven in het nu. Het oneindig blauwe water, de zuivere witte sneeuw en het woeste landschap hebben me bovendien uitgedaagd nog dichter bij mezelf te komen. Naast de spullen in mijn toch al overvolle koffer, neem ik een berg aan (nieuw) materiaal mee naar huis. Geluiden, gedachtes, ideeën, gevoelens. Materiaal om mee aan de slag te gaan; mooie dingen mee te doen en maken. Ik voel de dualiteit tussen het aan het werk willen gaan en de intense behoefte hier op 80° Noord de tijd stil te zetten; stil te staan. Als je me van te voren had verteld dat ik zelf in een meerweekse stuk terecht zou komen, met een (ijs)sterke regie; met de meest fantastische special effecten; met zeer uiteenlopende spelers en met de meest rake boodschappen, dan had ik je denk ik niet geloofd. Wat ik wel had verwacht, dat weet ik niet precies. Maar zeker niet dit… Deze artist in residency gaat elke fantasie te boven. Ik ben dan ook intens dankbaar voor de reis die ik heb mogen maken. Zowel richting de Noordpool, als in mijzelf. Voor het iedere dag weer mogen wensen, lachen, leren en reflecteren. En voor de directe en tastbare confrontatie ten aanzien van wat er gebeurt met onze wereld. Als ik zo meteen in Longyearbyen van de boot stap, wacht mij de uitdaging om iets immersiefs, betekenisvols en verwonderends te creëren. De Arctic voor te stellen. Aan hen die de verhalen van het Noordpoolgebied willen en durven aanschouwen. Met een mengeling van melancholie en nostalgie in mijn hart, kijk ik er nu al naar uit… Dag Spitsbergen, dag Rembrandt en scheepsmaatjes. Ik zal jullie missen.
Heb je de afgelopen tijd met me meegereisd?
Dan ben ik stiekem heel nieuwsgierig naar hoe je het vond!
Vind je het allicht leuk om een berichtje achter te laten?